Nieuwe woorden van het genderdebat

Cisgender, non-binair, deadnamen, misgenderen, genderfluïde en de voornaamwoorden die en hen: wie ze bedacht, wanneer ze voor het eerst opdoken, hoe ze in het Nederlands terechtkwamen en wat ze doen in het debat.

Over dit thema

Het genderdebat heeft een eigen woordenschat voortgebracht die grotendeels jonger is dan dertig jaar. Cisgender dook in 1994 op in een Usenet-groep, non-binair en genderqueer kwamen uit de Amerikaanse activistenwereld van de jaren negentig, deadnamen en misgenderen zijn kinderen van de sociale media. In het Nederlands kwamen ze vaak pas na 2010 aan, eerst in subcultuur, dan in media, ten slotte in Van Dale.

Dit thema geeft per woord de eerste vindplaats, de weg naar het Nederlands en de datering door het Instituut voor de Nederlandse Taal, en analyseert wat het woord doet. Cisgender bijvoorbeeld maakt van iedereen een categorie en zet daarmee de uitzondering en de regel op gelijke voet; misgenderen maakt van een grammaticale keuze een morele overtreding. Dat zijn geen oordelen over de gebruikers, maar observaties over de woorden.

Ook de voornaamwoorden die en hen komen hier aan bod: de verkiezing van Transgender Netwerk in 2016, het ANP-besluit van juni 2021 en het Taalunie-advies van 2022. Wie uiteindelijk bepaalt of een woord 'bestaat', lees je in Taalregels en instanties. Korte definities van afkortingen zoals AFAB of AMAB vind je bij zustersite alfabetbende.nl.

Artikelen in dit thema

Nieuwste eerst. Het uitgelichte overzichtsartikel is het beste startpunt.