'Toegewezen bij de geboorte': geschiedenis van een eufemisme
Hoe een term uit de intersekse-chirurgie van de jaren vijftig veranderde in een standaardzin voor geboortegeslacht — en wat die lijdende vorm verzwijgt.

'Toegewezen bij de geboorte' klinkt alsof er op de kraamafdeling een ambtenaar met een stempel klaarstaat. De formulering is de vertaling van het Engelse 'assigned at birth' en legde in een paar decennia een opmerkelijke weg af: van obscure term in de intersekse-chirurgie van de jaren vijftig tot vaste frase in schoolboeken, overheidsfolders en nieuwsberichten. Wie de geschiedenis van die verschuiving volgt, ziet hoe een zinnetje over een geboorte ongemerkt een standpunt binnensmokkelt.
Een waarneming wordt een besluit
Tot diep in de twintigste eeuw was de gangbare formulering simpel: een vroedvrouw of arts 'stelde het geslacht vast' of 'constateerde' bij de geboorte of het een jongen of een meisje was, op basis van de uiterlijke geslachtskenmerken. Dat is een actieve waarneming: iemand kijkt en meldt wat er is. 'Toegewezen' is een andere grammaticale constructie: een lijdende vorm die veronderstelt dat er ergens een instantie is die toewijst, een partij die een keuze maakt en een label uitdeelt. Het verschil tussen 'vaststellen' en 'toewijzen' is niet toevallig. De verschuiving van de ene formulering naar de andere draagt een filosofisch standpunt in zich, namelijk dat geslacht niet simpelweg wordt waargenomen, maar wordt toegekend door iemand die dat net zo goed anders had kunnen doen.
Intersekse-chirurgie: de bakermat van 'assignment'
De term vindt zijn oorsprong niet in het hedendaagse transgenderdebat, maar in de behandeling van intersekse zuigelingen. De Amerikaanse psycholoog John Money ontwikkelde aan Johns Hopkins University in de jaren vijftig en zestig protocollen voor wat hij 'gender assignment' noemde: bij kinderen die met dubbelzinnige geslachtskenmerken werden geboren, adviseerde hij chirurgen en ouders om op basis van de chirurgische mogelijkheden, en niet per se op basis van chromosomen, een geslacht te kiezen waarin het kind zou worden grootgebracht. Money's onderliggende aanname was dat genderidentiteit in de vroege kindertijd nog vormbaar was. De bekendste testcase, die van David Reimer, liep uit op een pijnlijke mislukking die journalist John Colapinto in 2000 reconstrueerde in het boek 'As Nature Made Him'. Reimer keerde als volwassene terug naar een mannelijke identiteit, en de zaak ondermijnde Money's theorie dat opvoeding geslachtsidentiteit volledig kan overschrijven. Het woord 'assignment' overleefde die ontmaskering niettemin in de medische vaktaal, als aanduiding voor het moment waarop een arts een geslacht registreert.
Van intersekse-term naar identiteitslabel: AFAB en AMAB
Decennia later verhuisde de term naar een heel ander domein. In de jaren tien van deze eeuw werd 'assigned at birth', vooral in online gemeenschappen rond transgender en non-binaire identiteit, de standaardformulering om te verwijzen naar het geslacht dat op de geboorteakte terechtkwam, zonder daarbij woorden als 'biologisch' of 'echt' te hoeven gebruiken. Uit die context ontstonden de afkortingen AFAB (assigned female at birth) en AMAB (assigned male at birth), die zich via fora en sociale media verspreidden en later ook in klinische en journalistieke teksten opdoken. Verschillende termen bestaan intussen naast elkaar, elk met een net iets andere lading:
- geboortegeslacht — het traditionele, beschrijvende Nederlandse woord
- toegewezen geslacht bij de geboorte — de letterlijke vertaling van 'sex assigned at birth'
- AFAB / AMAB — de in activistische en online kringen gangbare afkortingen
- natal sex — term die onder meer in de Cass Review wordt gebruikt als alternatief
WPATH en Transgender Netwerk: de institutionele vastlegging
De term kreeg officiële status toen internationale beroepsorganisaties hem opnamen in hun richtlijnen. De World Professional Association for Transgender Health (WPATH) definieert 'sex assigned at birth' in de begrippenlijst van de achtste versie van haar Standards of Care (2022) als het geslacht dat bij de geboorte wordt geregistreerd, doorgaans op basis van de uiterlijke geslachtsorganen. In Nederland hanteert Transgender Netwerk Nederland in voorlichtingsmateriaal en de eigen begrippenlijst een vergelijkbare omschrijving, namelijk het geslacht dat bij de geboorte aan iemand is toegewezen. Via onderwijsmateriaal, overheidscommunicatie en de stijl van kwaliteitsmedia is de formulering zo verder genormaliseerd, tot ze inmiddels als neutrale, haast technische term wordt ervaren, terwijl ze bij nadere lezing allesbehalve neutraal is.
Wat de formulering veronderstelt — en verzwijgt
Het probleem zit in de veralgemenisering. 'Assignment' was ooit een precieze term voor een kleine groep geboortes waarin geslachtskenmerken werkelijk dubbelzinnig waren en een arts dus wel degelijk een knoop moest doorhakken. Intersekse-aandoeningen komen slechts bij een klein deel van de geboortes voor. Voor de overgrote meerderheid is er niets om over te beslissen: de geslachtskenmerken zijn eenduidig en worden simpelweg benoemd. Door 'toegewezen' op iedere geboorte toe te passen, suggereert de taal dat geslacht bij elk kind een kwestie van keuze of inschatting is geweest, alsof de waarnemer net zo goed iets anders had kunnen noteren. Dat frame ondersteunt een verdergaand argument, namelijk dat lichamelijke kenmerken bij de geboorte minder gezag hebben dan de latere, zelf ervaren genderidentiteit. Taalkundig is dat een klassiek geval van eufemistische verschuiving: niet de feiten veranderen, maar het werkwoord dat ze beschrijft.
De Cass Review en de roep om precieze taal
De kwestie kreeg in 2024 een prominent podium in het Verenigd Koninkrijk, met de publicatie van het eindrapport van de Cass Review, het onafhankelijke onderzoek van kinderarts Hilary Cass naar de genderzorg voor minderjarigen binnen de National Health Service. Het rapport besteedt uitdrukkelijk aandacht aan taalgebruik in de klinische en wetenschappelijke praktijk en waarschuwt dat vage of activistisch gekleurde terminologie zorgvuldige besluitvorming en onderzoek kan bemoeilijken. De review kiest zelf doorgaans voor de term 'natal sex' in plaats van 'assigned at birth', juist om het verschil tussen waarneming en interpretatie scherp te houden. Die keuze is zelf ook een statement: welke term een auteur gebruikt, verraadt impliciet een positie in het debat over de vraag of geslacht een feit is dat wordt geconstateerd, of een label dat wordt toegekend.
Van Dale en Onze Taal: een taalzorg die nog zoekt
Voor Nederlandse taalwaakhonden is 'toegewezen bij de geboorte' vooral lastig grijpbaar omdat het geen apart woord is, maar een frase, opgebouwd uit doodgewone bestanddelen: het voltooid deelwoord van 'toewijzen' plus een bijwoordelijke bepaling. Van Dale hoeft dus geen aparte lemma-beslissing te nemen zoals bij nieuwe zelfstandige naamwoorden: de uitdrukking leeft in de definities en voorbeeldzinnen rond het bestaande lemma 'geslacht', niet als zelfstandig trefwoord. Genootschap Onze Taal besteedt in zijn taaladvies over transgenderterminologie aandacht aan de spanning tussen verschillende termen voor geboortegeslacht, zonder één variant dwingend voor te schrijven; de vereniging adviseert schrijvers vooral om zich bewust te zijn van de connotaties die elke keuze meebrengt. Die terughoudendheid is veelzeggend: waar de internationale vakliteratuur allang een standaardformulering heeft omarmd, aarzelt de Nederlandse taalzorg nog zichtbaar.
Waarom dit woordje ertoe doet
Een formulering die ooit was voorbehouden aan een kleine groep medische uitzonderingsgevallen, is binnen een paar decennia de standaardzin geworden voor iedere geboorte. Dat is op zichzelf geen ramp, taal verschuift voortdurend, maar het is wel de moeite waard om te weten waar de zin vandaan komt voordat je hem klakkeloos overneemt in een schoolboek, een personeelshandboek of een nieuwsbericht. Wie zulke verschuivingen systematisch wil volgen, vindt meer voorbeelden in het dossier Eufemismen en framing, waar woord voor woord wordt ontleed hoe taal het genderdebat stuurt. Voor wie liever eerst de bredere context van dit platform verkent, is er het overzicht van alle artikelen over woordgeschiedenis, voornaamwoorden en de instanties die over taalregels beslissen.
Bronnen
- John Colapinto, 'As Nature Made Him: The Boy Who Was Raised as a Girl' (2000), over John Money en de David Reimer-zaak.
- World Professional Association for Transgender Health (WPATH), Standards of Care, Version 8 (2022), begrippenlijst.
- The Cass Review, eindrapport van de Independent Review of Gender Identity Services for Children and Young People (april 2024), cass.independent-review.uk.
- Transgender Netwerk Nederland, begrippenlijst transgenderterminologie, transgendernetwerk.nl.
- Van Dale, Groot Woordenboek van de Nederlandse Taal, lemma 'geslacht', vandale.nl.
- Genootschap Onze Taal, taaladvies over transgenderterminologie, onzetaal.nl.
- Oxford English Dictionary, lemma 'gender, n.', oed.com.
Redactie Letterbrij.nl
Onafhankelijke redactie die de woorden van het genderdebat lexicografisch en historisch ontleedt, met eerste vindplaatsen, woordenboeken en stijlgidsen als bron. Over woorden, niet over mensen. Laatst bijgewerkt op 8 oktober 2026.
Veelgestelde vragen
Korte antwoorden op de vragen die het vaakst terugkomen.
Meer over Eufemismen en framing

Framing transgenderzorg: ‘zorg onthouden’ of ‘tijd nemen’?
Vijf woordparen waarmee twee kampen dezelfde feiten anders benoemen, met citaten uit Nederlandse media en Kamerstukken en een neutraler alternatief per paar.

Genderbevestigende zorg betekenis: de eufemismen van het transdebat ontleed
Van ‘genderbevestigende zorg’ tot ‘pauzeknop’ en ‘top surgery’: herkomst, bron en werking van de eufemismen in het transdebat, en hoe ze kritiek bemoeilijken.
